Hazenkampseweg

De Hazenkamp, ooit opgericht als gymnastiekvereniging, had de beschikking over een gymnastiekzaal aan de Hazenkampseweg. Al snel kon ook gebruik gemaakt worden van een sportveld met clubhuis op loopafstand van de zaal ter hoogte van de huidige Steenbokstraat. Hier waren ook de sportclubs  NEC en Quick gehuisvest.

In het zomerseizoen vonden de lessen plaats op het veld waardoor de leden onder andere kennis maakten met atletiek en diverse veldsporten. En omdat de club hier de beschikking kreeg over een clubhuis was er niet alleen plaats voor diverse kleinschalige binnen-activiteiten zoals biljart, tafeltennis, kaarten e.d. maar was tevens ruimte beschikbaar* voor activiteiten voor de “geestelijke” ontwikkeling. Na 5 jaar werd dan ook niet alleen de naam gewijzigd in “Vereniging voor Lichamelijke en Geestelijke Ontwikkeling De Hazenkamp” maar ook de doelstelling van de club -conform de principes van de YMCA- aangepast.

Voor de brede vereniging was het essentieel dat gymnastiekzaal, het veld en clubhuis op loopafstand van elkaar gelegen waren. Zodra het mooi weer was vonden de “gymnastieklessen” op het veld plaats en kwamen de buitensporten aan bod. De gymnastiekleiders Huisman en Verbeek adviseerden een lid in de keuze en ronselde leden soms zelfs voor de meerdere veldsporten. De bijeenkomsten voor maatschappelijke en geestelijke ontwikkeling vonden plaats in het clubhuis. Er was een clubhuiscommissie die elke zaterdagavond lezingen, discussie- en dansavonden organiseerden.

Met al deze activiteiten ontstond in het clubhuis aan de Hazenkampseweg ruimtegebrek en werd zelfs een tweede “clubhuisruimte” ingehuurd in de Agnes Reinierschool aan de Groenestraat. Het gevolg was ook dat veel leden niet alleen meerdere sporten bedreven en ook deelnamen aan andere activiteiten.

In de jaren ’50 werd duidelijk dat omwille van de nieuwbouw van de stad het terrein aan de Hazenkampseweg moest worden verlaten. Wat NEC en Quick wel lukte was voor De Hazenkamp niet weggelegd, er kon geen “omni” accommodatie worden verwezenlijkt. Het clubhuis verdween en de diverse sporten werden hierdoor verspreid over de stad met als gevolg dat het fundament onder de “YMCA” club weggezaagd werd.

Centraal gebouw tot 1960

Een ultieme poging om de ondergang van de omni-vereniging tegen te gaan en de “geestelijke” doelstelling van de club in combinatie met de kleinschalige binnenactiviteiten en gymnastiek te behouden was het betrekken van “Centraal gebouw” aan de Wedren, dat later in gebruik was door danscentrum Vermeulen. De Nederlands Hervormde Kerk verliet dit (noodkerk-) gebouw en op initiatief van de kerk, het college van fabrikanten en De Hazenkamp werd dit verbouwd. Er kwam er een gymnastiekzaal en een “verenigingszaal” met dienstwoning. De gymnastiekzaal was niet optimaal, bovendien waren de veldsporten over de stad verspreid waardoor het gebouw niet de gewenste kantinefunctie kreeg. Omdat ook de kosten te hoog waren werd het gebouw na enkele jaren weer verlaten. Met het verlaten van dit gebouw in 1960 werd ook de relatie met de kerk en het college van fabrikanten verbroken. Formeel werd de maatschappelijke poot van de vereniging opgeheven en werden de leden van de Raad van Commissarissen, waaronder de directeuren van Schuller en Nyma, vervangen door Hazenkampers.

Fagelstraat

Fagelstaat tot 1963

Toch bleef de club streven naar een centraal gelegen clubhuis en huurde in de jaren ’60 het voormalig BB-gebouw aan de Fagelstraat. Het naastgelegen sportterrein mocht echter niet voor competitiesport worden gebruikt, het was er ook niet geschikt voor. Het gebouw bestond uit een “clubhuis” deel met bar en keukentje en een lager gelegen zaaltje. Omdat hierin kolommen stonden was dit enkel geschikt voor de trampoline afdeling. Om reden van de geringe functionaliteit en kosten werd het gebouw eind 1963 weer verlaten.

Het omni-bestaan door accommodatie-beleid onder druk.

Al na het verlaten van de Hazenkampseweg, de centrale ontmoetingsplek,  werden de buitensporten over verschillende plekken in de stad ondergebracht. De omni-club werd versplinterd en dat betekende ook de dood van tal van afdelingen: handbal, voetbal, korfbal.

Gym en turnen was de eerste jaren ingebakken in de andere sporten.  Toen de buitensporten naar andere accommodaties moesten vertrekken werd ook de scheiding tussen de binnen- en buitensport definitief. 

Honkbal van Grootstal naar Winkelsteeg ,   1964-1977                                                                                      

Uiteraard was er bij de diverse buitensportafdelingen wel behoeft aan een clubhuis op de plaats waar de sport werd bedreven, vooral vanwege de kantinefunctie. Na enige omzwervingen via NEC-terrein, Driehuizerweg, D’Almarasweg werd voor de afdeling honkbal een honkbalveld aangelegd in sportpark Grootstal. De club zag dit als een definitieve locatie en het veld werd door de afdeling Honkbal omgedoopt tot John F Kennedy stadion. Het veld voldeed echter niet aan de eisen van de KNBSB, was veel te klein en lag te dicht op de Grootstalselaan en Hatertseweg. Menig fout geslagen bal kwam op het kruispunt terecht. Plannen werden gemaakt voor een clubhuis maar verder dan wat drank verkoop vanuit de kleedkamers kwam het niet.

1970 honkbalveld Hatertseweg

Na uitbreiding met een bloeiende afdeling softbal en een forse groei bij honkbal werd deze accommodatie al snel te klein. Softbal moest gespeeld worden op een trainingsveld van de naastgelegen voetbalverening.

Na enkele jaren verhuisde de afdeling naar sportpark Winkelsteeg waar wel een echt honkbalveld kon worden aangelegd. Van meet af aan werd gestreefd naar een clubhuis. Na eerst een oergezellig tijdelijk clubhuis werd er begin jaren ’70 een definitief clubhuis gerealiseerd. Periode 1978-1993

Staddijk (1993-heden)

Toen het sportpark Grootstal moest worden ontmanteld om plaats te maken voor woningbouw en de Gemeente voetbalvereniging Hatert op het Hazenkamp terrein wilde onderbrengen werd de Hazenkamp aangeboden te verhuizen naar sportpark Staddijk. Hiermee ging voor onze club de wens tot uitbreiding naar een honkveld, een softbalveld en een trainingsveld in vervulling. De club werkte daarom graag mee aan deze verhuizing. Na de nodige vertraging in de aanleg werden begin 1993 beide velden en het tijdelijk clubhuis in gebruik genomen. Het bestaande clubhuis werd begin 1997 geopend door de wethouder van sport.

2000 Clubhuis Staddijk

Korfbal in Lindenholt

Korfbal was een van de sporten, die al in de dertigerjaren werd beoefend maar die daarna ter ziele is gegaan.  In 1978 werd een nieuwe afdeling Korfbal opgericht en deze begon op het honkbalveld in sportpark Winkelsteeg. Daarna verhuisde de afdeling al snel naar een veld bij ’t Lindenhoutstichting maar verhuisde uiteindelijk naar een veld in Sportpark Lindenholt nabij De Meeuwse Acker. Met enthousiasme en eigen inbreng werd hier een tijdelijk clubhuis gebouwd. Uiteindelijk kreeg de afdeling korfbal een definitieve plek in Drieskensacker waar geleidelijk ook een clubhuis met kleedkamers werd gebouwd.

2005 clubhuis Korfbal

Gymnastiek en turnen

Toen in 1959 Fred Hoekstra in dienst kwam werd onder zijn leiding weer begonnen met wedstrijd-turnen. In datzelfde jaar werd door Klaas Boot de grote trampoline in Nijmegen geïntroduceerd en door de club aangeschaft.

Na de sloop van de gymnastiekzaal aan de Hazenkampseweg en het verlaten van het Centraal gebouw maakte de afdeling gymnastiek en turnen gebruik van de zalen Reestraat en Waterstraat. Voor uitbreiding was de aandacht vooral gericht op Hatert, het grote uitbreidingsproject van Nijmegen en hadden we vooral de nieuwe UTS Kamerling Onnessstraat in het vizier. Er werd, te vergeefs, gestreefd naar een fusie met de Stichting Ontwikkeling Sport en Spel in Hatert en voor de stichting van een “Omni” accommodatie brachten we zelfs een bezoek aan de Meerpaal in Dronten.

De UTS verhuurde echter haar gymzalen niet en daarom werd de turnactiviteit ondergebracht in een gymzaal aan de Hatertseweg. Toen dit te duur werd verhuisde het turnen weer naar de Reestraat, een zaal die voor wedstrijdturnen niet geschikt was. 

Ploegstraat

Met de enthousiaste inzet van Wim Zegers en Simon Kersten begon het idee van een permanente turnaccommodatie te leven. Met de brochure “een eigen turnhal, een monofunctionele must” in de hand werd in de Ploegstraat een deel van een bedrijfshal gehuurd, die op eigen kracht omgebouwd werd tot turnhal. Het was een van de eerste mono-functionele hallen in Nederland. Toen dit pand moest worden verlaten om ruimte te maken voor woningbouw werd door de gemeente aan de overzijde van de Ploegstraat in 1998 een nieuwe turnaccommodatie gebouwd. 

Zal ingerichte oude Ploegstraat

In vele wijken

De afdeling gym-turnen is steeds meegelift met de komst van de wijken in de stad. Gestart in Hatert werd daarna het programma uitgebreid met Dukenburg, Lindenholt, Neerbosch-Oost, Heesch, Hatertse Hei etc. Soms in 15 zalen tegelijkertijd. 

Ook regionaal

Omdat er in de dorpen in de directe omgeving geen bestuurlijk en geen technisch kader meer te vinden was, werd er vaak een beroep gedaan op De Hazenkamp. 

De Hazenkamp heeft toen een beleidslijn uitgezet: via het creëren van “gym-banen” was de vereniging in staat om kader aan te trekken die een “baantje” had bij de vereniging.  De vereniging kon zodoende gymlessen onderbrengen in de dorpen Wijchen-Beuningen-Molenhoek-Groesbeek-Beek-Nijmegen-Noord en Millingen. 

Aan dit beleid werd gekoppeld aan een professioneel manager, die alles in al de zalen qua accommodatie, kader en lesinhoud organiseerde. 

SportQube

In twintig jaar tijd later puilde de turnhal aan de Ploegstraat uit. Topsport, wedstrijdsport en breedtesport kon niet meer in één hal terecht. In overleg met Gemeente Nijmegen werd aangekoerst naar een verbeterde opzet voor de gymnastische sporten. 

Op een van de velden van Quick werd in 2018 Talent Centraal gebouwd, een multi-gebouw voor onder andere topsport judo en turnen.  Naast twee judozalen, twee grote turnzalen, kwam er een grote springzaal, een multizaal, een zaal voor GymKids, een dubbele FreeRunningzaal en krachtruimte zodat top en breed er terecht kon.