In dit artikel kun je lezen hoe De Hazenkamp als vereniging voor sport en maatschappij groeide naar 3 zelfstandige sportverenigingen.

Organisatie vanaf 1928

In de eerste jaren van de vereniging was sprake van één bestuur en werd voor het geven de sportlessen de heer Dries Huisman aangesteld als “directeur” gymnastiek, later bijgestaan en opgevolgd door Wiet Verbeek. Later kwam daar ook een “directeur” geestelijke ontwikkeling bij. Naast de gymnastieklessen in de zaal werden door veel leden, vooral ’s zomers op het veld, ook andere sporten bedreven. Ook waren er tal van culturele activiteiten zoals lezingen, presentaties, zomerkamp etc.  Na verloop van tijd kozen steeds meer leden om zich in één sport te specialiseren en in die tak van sport mee te doen met wedstrijden.

Bestuurlijk

Zo ontstonden er afdelingen en werd het voor het bestuur steeds lastiger om aan al deze verschillende sporten voldoende aandacht te besteden. In de verslagen van de vergaderingen staat veel over de problematiek die dit meebracht. Van de afdelingen die zo ontstonden werd verwacht zelf een bestuur te formeren. Dat lukte lang niet altijd. Anderzijds kwamen er afdelingsbesturen die hun eigen “naatje naaiden” en de bestuursvergaderingen van het “hoofdbestuur” weinig bezochten en het bestuur slecht informeerden.

Bij het ontstaan van de nieuwbouwwijk Hatert is nog geprobeerd een samenwerking te bereiken met de daar ontstane Stichting Sport en Spel Hatert maar dat liep op niets uit.

Toen halverwege de jaren ’60 het bestuur besloot dat ook de gymnastiek zelfstandig met een eigen bestuur moest gaan werken viel eigenlijk het “hoofdbestuur” in een gat. Zij was weliswaar verantwoordelijk voor alles wat er in vereniging gebeurde, vooral financieel, maar haar inbreng bleef beperkt tot de uitgave van het clubblad.

Sportbonden

Ook waren er de nodige problemen voor aansluiting bij de diverse sportbonden. De omni-vereniging was aangesloten bij het gymnastiekverbond en voor leden die ook een andere sport bedreven was er een speciaal, goedkoper, lidmaatschap. Wedstrijdsport bedrijven in een andere sport vergde ook een volledig lidmaatschap bij die betreffende sportbond. Toen in 1947 het bijzonder lidmaatschap bij het gymnastiekverbond werd afgeschaft leidde dat tot een breuk met dit verbond die geduurd heeft tot 1959, bij de komst van de nieuw aangestelde algemeen sportleider, heer Fred Hoekstra.

In 1950 sloot de afdeling honkbal zich aan bij honkbalbond en deze afdeling slaagde er in -van meet af aan- behoorlijk zelfstandig te opereren. Dit zelfs zodanig dat de afdeling meerdere jubilea heeft gevierd met als “oprichtingsdatum” 1950.

Clubblad Hazenkamper

En juist dat clubblad was vaak een heikel punt. Voor afdelingen zoals honkbal, waar elke week werd gepubliceerd wie aankomend weekeind in welk team was opgesteld, hoe laat en waar moest spelen was een maandelijks clubblad niet erg praktisch. En uiteraard ging er in dit maandelijks drukwerk met een verspreiding per post nogal wat geld om.

Bij de verzelfstandiging van de gymnastiek, toen de contributie nog contant in de zaal werd geïnd,  werd Ria Kersten bereid gevonden de administratie te gaan verzorgen. Hierbij werd ook de ledenadministratie van de hele vereniging geïntegreerd, voornamelijk voor de verspreiding van het clubblad.

Verzelfstandiging naar 3 clubs

De problematiek van de zelfstandig opererende afdelingen en een hoofdbestuur dat weinig in de melk te brokkelen had maar feitelijk wel juridisch en financieel verantwoordelijk was voor de hele vereniging,  leidde tot grote spanningen. De kosten van het clubblad waren een heikel punt. Dit was voor een aantal bestuursleden van de afdeling Badminton mede de reden om -met de ledenlijst van De Hazenkamp onder de arm- de badmintonvereniging BC Mariken op te richten.

In de loop van de jaren zijn veel afdelingen opgericht en weer verdwenen. 

Eind vorige eeuw waren er nog slechts drie afdelingen. De leden waren erg gehecht aan hún tak van sport, alle 3 op een eigen accommodatie verspreid over de stad. Er was nauwelijks sprake van samenwerking en er waren nauwelijks leden, die overstapten naar een van de andere afdelingen. 

De afdelingen waren weliswaar financieel gezond maar het faillissement van één afdeling kon de andere 2 afdelingen én het hoofdbestuur  zomaar meesleuren.

Daarom is besloten  de vereniging te splitsen in drie zelfstandige sportverenigingen waarmee in feite de omni-vereniging SV De Hazenkamp ter ziele ging.
Drie zelfstandige sportclubs en de  Federatie Sportverenigingen De Hazenkamp resteerden.