In 1971 leerde ik Dicky de Ruiter kennen. Uit een sportieve familie, naar later bleek. Zelf had ik ook nogal gesport: judo, boksen, schermen en tennis. Dat alles was wel individueel. Heel anders bij de familie de Ruiter. Jan, vader de Ruiter honkbalde, dochter Dicky softbalde en turnde, dochter Trudy was wedstrijdsecretaris van de Honk/Softbal, zwager François honkbalde en trainde de honk- en softbalsters, allemaal bij “de Hazenkamp”. Ma de Ruiter (’n Hoose) turnde en handbalde bij, jawel, “de Hazenkamp”. Binnen de kortste keren was ik dus ook opgenomen in de omnivereniging “de Hazenkamp”, uiteraard bij afdeling Honk- en Softbal. De kinderen werden natuurlijk ook enthousiast gemaakt voor honkbal.

De zoon via Peanutbal, Pupillen, Aspiranten, Junioren naar de Senioren Honkbal. Onze dochter naar de afdeling Softbal Dames. Als enthousiaste ouders werden we natuurlijk ook ingeschakeld voor clubwerkzaamheden:  vervoer uitwedstrijden, assistentie bij het coachen van junioren teams, cantinedienst etc. Uiteindelijk in 1988 een coachcursus gevolgd, in Deventer, samen met buurman Schuurbiers. Ook in 1988 werd ik tot voorzitter gekozen van de Hazenkamp – Afdeling Honkbal – Softbal. Voor het bestuur van die afdeling brak een drukke tijd aan. De gemeente Nijmegen kwam in 1989 op het onzalige idee om de bestaande afwerkplek in de gedoogzone voor prostitutie vanuit het stadscentrum te verplaatsen naar de Oostkanaaldijk nabij het clubhuis van onze honkbalvereniging in de Winkelsteegh. Samen met de Sportbelangengroep “Winkelsteegh-Comite” (voetbalverenigingen S.J.N, Trajanus, N.D.T en Hazenkamp) vonden er toen indringende gesprekken plaats met B. en W., en als secretaris van de “Winkelsteegh” zijn er door mij bij de toenmalige burgemeester Ien Dales bezwaarschriften ingediend. Dat  plan ging uit eindelijk niet door. Ook de verhuizing van het honkbalsportveld en cantine van de Winkelsteegh naar de sportaccomodatie Staddijk was een van de drukke periodes in het “familiebedrijf Honkbal”. Ook bij de bouw van het clubhuis aan de Staddijk werd er door de “familie” veel zelfwerkzaamheid getoond.
Als Senior in de honkballerij heb ik natuurlijk ook steeds meegebald in de Familie toernooien. Familieleden van de honkballers en softbalsters lieten dan hun sportieve honkbalkunde zien. Na verloop van tijd liet mij de lenigheid en de explosiviteit van de sport langzaamaan in de steek. De honkbalactiviteit verplaatste zich toen meer naar scoren en bardienst. Hoewel ik nog steeds lid ben van de Hazenkamp – Sectie Honkbal en Softbal val ik nu meer in de categorie “rustend lid”.

Martin van Leth
Voormalig voorzitter Honkbal