Het was in het voorjaar van 1985 dat ik me aanmeldde als lid bij de honkbalafdeling van De Hazenkamp.

Ik had daarvoor 8 jaar overgangsklasse gespeeld bij PSV-honkbal en heb ook een aantal jaren in Eindhoven gewoond, maar het heen en weer reizen (4x in de week) dat ik de laatste 3 jaar vanuit Nijmegen moest doen begon me toch teveel tegen te staan.

Ik kende het Nijmeegse honkbal wel redelijk goed, omdat ik tijdens mijn studietijd een aantal jaren voor Nisc’71 gespeeld had en zodoende ook diverse wedstrijden tegen De Hazenkamp had gespeeld.

Maar na mijn terugkeer in Nijmegen had ik toch geen trek meer in studentenhonkbal en dus werd het De Hazenkamp – mede doordat er een behoorlijk goed team stond (2 jaar daarvoor gepromoveerd naar de 2e klasse) met een Amerikaanse coach die naar mijn idee echt wel verstand had van het spelletje: Wayne Dobrutksy.

Ik had wel eens geluiden gehoord als zou De Hazenkamp een elitaire vereniging zijn, maar bij de honkbalafdeling heb ik daar nooit iets van gemerkt.

Wellicht ook doordat bekend was dat ik een x-aantal jaren overgangsklasse ervaring meebracht.

Mij werd zelfs meteen het zondagavond contact met De Gelderlander toevertrouwd: het schrijven van de wedstrijdverslagen – wat ik dus uiteindelijk zo’n jaar of 10 heb mogen doen.

Thuis een stukkie typen, en dan op de fiets naar het oude Gelderlander gebouw om het persoonlijk ter hand te stellen aan de sportjournalist van dienst (meestal Danny van de Broek).

Kwam vrijwel altijd onverkort in de maandageditie – samen met het wedstrijd verslag van Nisc’71 (en toch wel regelmatig een mooie actiefoto) kon het toen nog wel eens gebeuren dat er een halve pagina gewijd werd aan het honkbalgebeuren van dat weekend. Vergeleken daarmee wordt de honkbalsport tegenwoordig helaas wel erg stiefmoederlijk bedeeld in de lokale media moet ik helaas constateren.

Na een aantal jaren alleen als speler actief geweest te zijn kreeg ik in 1992 de mogelijkheid om het spelen te combineren met het coachen, doordat er op dat moment geen coach te vinden was voor het 1e team.

En met succes: we werden dat jaar meteen kampioen, na een zinderende beslissingswedstrijd tegen Neptunus 2 in Rosmalen (uitslag 4-2). Daarmee werd promotie naar de overgangsklasse afgedwongen en ging De Hazenkamp voor het eerst in zijn geschiedenis 2 maal spelen in het weekend. We zijn daarna nog 2x kampioen geworden met het eerste, te weten in 2006 en 2007. Dat zijn toch altijd weer de mooiste momenten voor een coach, als je ziet dat datgene waar je aan werkt op de training ook beloond wordt met zo’n resultaat.

Naast al mijn jaren met het eerste als speler en als coach ben ik in die tussentijd ook nog juniorencoach geweest, en met dat team (de “Mailland-junioren”, genoemd naar de toenmalige sponsor) hebben we in 1998 het kampioenschap van het district Zuid behaald. Bij het toernooi om het kampioenschap van Nederland dat daarop volgde wisten we uiteindelijk beslag te leggen op een fraaie 2e plaats.

De laatste jaren ben ik wat meer achter de schermen actief, zoals dat gaat. Materiaalmeister, TC activiteiten, en niet te vergeten het optreden als scheidsrechter.

Als je zo’n 50 jaar rondloopt in een sport is het naar mijn idee namelijk nooit verkeerd om het op zijn tijd eens van verschillende kanten te bekijken. In dat kader ben ik overigens in de afgelopen ruim 30 jaar ook nog lid geweest van een aantal andere verenigingen (zo’n jaar of 10); dat verruimt de blik nog wel eens en je neemt er nog wel eens wat van mee (als is het soms maar om te zien hoe het niet moet…).

Terugkijkend op de tijd die verlopen is sinds ik bij De Hazenkamp kwam kan ik niet anders dan constateren dat er (uiteraard) nogal het één en ander veranderd is.

Wedstrijdverslagen komen via een appje met één druk op de knop in de krant, Amerikaans honkbal is dag en nacht te bekijken op pc, tablet of mobieltje en het Nederlands honkbalteam (tegenwoordig “Kingdom of The Netherlands” geheten) gooit steeds hogere ogen op het 4-jaarlijkse WK, de World Baseball Classic.

Jammer vind ik wel dat de belangstelling voor het honkbal in Nederland zoveel minder is geworden, niet alleen wat betreft ledenaantallen van clubs, maar ook qua bezoekersaantallen in de stadions  en exposure in de media. Een enkele uitzondering als de Haarlemse Honkbal week daargelaten.

Ook onze vereniging ontkwam helaas niet aan die malaise, maar gelukkig neemt de laatste jaren het ledenaantal weer toe.

Met name bij de jongste jeugd (beeball, pupillen) is de laatste paar jaar veel aanwas geweest, en wie de jeugd heeft………

Kunst is natuurlijk wel om die jeugd ook vast te houden, liefst totdat ze bij de senioren zitten, maar dat lijkt me het huidige bestuur en kader wel toevertrouwd.

Over het geheel genomen heb ik zelf in ieder geval altijd een positief  gevoel gehad bij mijn Hazenkamp-jaren en ik wens de (grote) vereniging dan ook veel succes op weg naar “de 100”.

Door F. Verhagen