Vr. Theo, hoe lang ben je al lid van onze sectie en hoe jong ben je?
Th. Ik ben lid vanaf 1958 en 58 jaar.
Vr. Kun je in het kort iets vertellen over de beginjaren van onze club?
Th. De periode van 1954 – 1958 heb ik niet meegemaakt. Ik weet wel dat men gestart is in de zaal Wedren met 10 leden. Na verloop van tijd ontstaat onenigheid, het bestuur valt uiteen, maar Hannie Pluim, één van de oprichters, gaat verder. De sectie verhuist in 1958 naar de Novumhallen. Men betaalt daar 6 gulden per uur en 24 gulden per avond. Men start er met 5 leden, te weten: Han Franken, Jan van Megen, Wim Brunet de Rochebrune, Hannie Pluim en mijn persoontje.
Vr. Een bijzonder jaar in onze clubgeschiedenis in het jaar 1977. Dit is het jaar waarin Mariken zich afscheidde van De Hazenkamp. Wat is er in 1977 voorgevallen en hoe is De Hazenkamp toen opnieuw van start gegaan?
Th. De sectie wilde een lossere band met het hoofdbestuur, dus meer zelfstandigheid. Mariken nam alle competitiespelers mee. De Hazenkamp startte opnieuw met 5 leden. Snel kwamen er meer leden bij.
Vr. Terugblikkend op al je badminton-jaren: wat is het verschil tussen de beginjaren en nu?
Th. Je voelt het gemis van leeftijdgenoten, voorts is het spelpeil verbeterd. Het badminton is tegenwoordig mooier om te zien en de competitiespelers willen soms te fraai spelen, in plaats van een rally meteen “af te maken”.
Vr. Hoe vind je de sfeer in de club en het feit dat je het oudste lid bent van de club, waarvan 80% van de leden jonger is dan 30 jaar?
Th. De sfeer is goed, al heeft er toch een sterke groepjesvorming plaats: sterk speelt tegen sterk en zwak tegen zwak. Een remedie zou zijn: meer toernooien tijdens het seizoen om de onderlinge band te versterken. Ik mis inderdaad leeftijdgenoten. Je verkeert toch min of meer in een geïsoleerde positie, maar door de aanwezigheid van mijn zoon en dochter, wordt dat ietwat opgeheven. Je begrijpt dat ik liever wat meer ouderen zou willen zien komen.